De kip (Gallus gallus domesticus) is een hoendervogel en is de gedomesticeerde vorm van het rode kamhoen (Gallus gallus). Het rode kamhoen is dus geen kip. Kippen bezitten echter ook genen afkomstig van andere Gallus-soorten. Kippen komen in allerlei vormen en maten voor en worden vooral gehouden voor de eieren en het vlees. Het zijn dus boerderijdieren, die echter ook regelmatig in stad en dorp gehouden worden. Vaak tot wanhoop van de buren, die een tekort aan slaap hebben, omdat de hanen al vroeg beginnen te kraaien.
De kip stamt af van in familieverband levende, allesetende (zowel plantaardig als dierlijk voedsel) bosvogels, die met hun sterke poten en klauwen de bosbodem openkrabben. De oorsprong van de kip bevindt zich in zuidoost Azië. Van daaruit kwam de soort via China in het Midden-Oosten terecht. Via de Phoeniciërs kwam de kip voor onze jaartelling in Europa terecht. Hier is de soort niet meer weg te denken. Hier leven de kippen soms onder erbarmelijke omstandigheden, vaak in enorme legbatterijen, de industrialisatie van onze landbouw.



























































