'Noem mij maar Ishmael. Enkele jaren geleden – het maakt niet uit hoe lang precies – had ik weinig of geen geld op zak en niets bijzonders te doen aan land. Daarom besloot ik een beetje rond te varen en de wateren van de wereld te verkennen.'
Zo begint het verhaal van een opvarende van het walvisschip ‘Pequod’ dat een mythische zoektocht begint naar een walvis, genaamd Moby Dick.
Tijdens een eerdere reis had een mysterieuze witte potvis het been van een zeekapitein Ahab afgerukt. Nu moet de bemanning van de Pequod, op een achtervolging vol avonturen en vreselijke ongelukken, de waanzinnige Ahab naar het einde van de wereld volgen om zijn onverzadigbare dorst naar wraak te lessen. Verteld door het scherpzinnige bemanningslid Ishmael, het is het verhaal van de jacht op de ongrijpbare, almachtige en uiteindelijk raadselachtige witte walvis – Moby Dick.
Op het eerste gezicht is Moby-Dick een levendige documentaire over het leven aan boord van een negentiende-eeuwse walvisvaarder, een virtuele encyclopedie van walvissen en walvisvaart, vol feiten, legendes en weetjes die Melville uit eigen ervaring en talloze bronnen heeft verzameld. Maar naarmate de zoektocht naar de walvis steeds gevaarlijker wordt, werkt het verhaal op allegorische niveaus, waarbij de walvis wordt vergeleken met menselijke hebzucht, morele consequenties, goed, kwaad en het leven zelf. Wie is goed? De grote witte walvis die, net als de natuur, niets anders vraagt dan met rust gelaten te worden? Of de dappere Achab die, net als wetenschappers, ontdekkingsreizigers en filosofen, onbevreesd de mysteries van het universum onderzoekt? Wie is kwaad? Het woeste, mensen dodende zeemonster? Of de wraakzuchtige gek die zijn eigen betere natuur negeert in zijn zoektocht om het beest te doden?
Moby-Dick werd bij publicatie door critici veracht en tijdens het leven van de auteur publiekelijk bespot. Toch heeft Melvilles meesterwerk de aanvankelijke misvattingen overwonnen en is het uitgegroeid tot een klassieker van onbetwistbare epische proporties.
Er zijn talloze stripversies gemaakt van het boek, sommige beter geslaagd dan andere, maar de mooiste is toch wel de versie van de Italiaan Dino Battaglia, uit 1967 in zwart/wit.



































