“Toerisme”, het officiële orgaan van de Vlaamsche Toeristenbond (VTB).
Tijdschriften uit deze periode (1940) vertonen vaak een opvallende dubbelheid: enerzijds bieden ze een vorm van ontsnapping via natuur, cultuur en poëzie, anderzijds staan ze onder de duidelijke beperkingen en censuur van het bezettingsregime.
In de praktijk was “vrij” toerisme in oktober 1940 vrijwel onmogelijk. Rantsoenering, avondklok en een acuut brandstoftekort maakten reizen per auto haast uitgesloten. De VTB speelde hierop in door de aandacht te verleggen naar wandelen en fietsen in de eigen streek. Het lokale landschap en het Vlaamse erfgoed werden gepresenteerd als iets om te koesteren — niet alleen uit recreatief oogpunt, maar ook als een subtiele vorm van identiteitsbehoud in een bezette samenleving.
Dit soort publicaties vormt voor heemkundigen een bijzonder waardevolle bron. Ze geven inzicht in het taalgebruik van de tijd, tonen welke bedrijven — zoals Gevaert — nog actief adverteerden en illustreren hoe de Vlaamse beweging, onder meer via de VTB, haar positie trachtte te behouden tijdens de eerste maanden van de oorlog.
