Isabelle Merlet is de beroemdste inkleurder (colorist) in de Franse stripwereld. Ze zegt dat ze een beetje een kluizenaar is, dat ze al jaren aan huis gekluisterd is, dat ze leeft als een non. Ze geeft toe dat ze gelukkig is in haar huis, midden in de bossen, in de Périgord. We zijn geneigd haar te geloven, gezien de absolute stilte die er in haar huis heerst. Praten over kleur met Isabelle Merlet is als een wereld betreden die alleen zij lijkt te kennen. "Als ik een tekening zie, weet ik instinctief welke kleur erbij hoort."
"Kleur is een taal. Het moet het verhaal begeleiden, een verhaal vertellen." Isabelle Merlet zegt dat ze zich vrij voelt in deze overigens zeer beperkte wereld "tussen een tekening en een verhaal dat niet van jou is". En we luisteren naar haar verhaal over haar beginjaren, toen ze een striptekenaar hielp. "Het was heel slecht." Maar ze heeft dit talent, dit vermogen om kleuren te reproduceren. Dus zet ze haar zoektocht voort. Isabelle is een vrouw die weinig nodig heeft; alleen kleur beheerst haar, achtervolgt haar, zelfs 's nachts. Ze zou willen dat het beroep meer erkenning krijgt, dat coloristen auteursrecht krijgen. “Maar diep vanbinnen kan het me niet meer zoveel schelen, ik doe het omdat ik het leuk vind."
Ze werd geboren op 7 oktober 1967 in Mulhouse. In 1988 behaalde ze een Diploma in Visuele Expressie en Communicatie in Toulouse. Tijdens haar studie ontdekte ze strips. Nadat ze haar professionele leven begon in de Londres studio's in Parijs, werd ze inval-docent aan de Franse middelbare school in Cotonou, in Benin en maakte van deze tijd gebruik om zich onder te dompelen in het levendige culturele leven daar. Na haar terugkeer in Parijs kwam ze in de stripwereld terecht. Ze werkte met Jean-Denis Pendanx aan de inkleuring voor het album ‘Diavolo, le solennel’. Daarna werkte ze, opnieuw als colorist, aan ‘Chroniques de la Lune noire’ (Kronieken van de zwarte maan) en ‘Le Chant des Stryges’. Ze werkte ook als art director voor een Parijse reclamebureau. Ze werkt samen met haar partner, Jean-Jacques Rouger (afgestudeerd aan de scholen voor Schone Kunsten van Dijon en Angoulême). In 2010 had Merlet al een bijdrage aan meer dan 80 stripalbums geleverd, zo'n vijf of zes per jaar.
Ondanks haar formele opleiding beweert ze dat werken met kleur in de praktijk wordt geleerd en intuïtief moet worden uitgeoefend.
In de jaren 2000 onderbrak ze haar kleurpraktijk om zich te richten op beeldhouwen. Ze beoefende ook fotografie, tekenen, grafisch ontwerp en naaien.
In 2006, na een korte training in Photoshop, keerde ze terug naar het kleuren. Ze begon aan het tweede deel van haar carrière met de trilogie van Nicolas Dumontheuil, Big Foot, uitgegeven door Futuropolis, gevolgd door vele titels bij Futuropolis, Dargaud, Casterman, Glénat en Delcourt.
Haar meest leerzame samenwerkingen waren met Nicolas Dumontheuil voor Big Foot en Le Landais Volant, Un petit rien tout neuf avec un ventre jaune van Pascal Rabaté, Lune l'envers van Blutch, Le loup van Rochette en recentelijk La jeune femme et la mer van Catherine Meurisse. Deze waren het belangrijkst voor mijn begrip van de rol van kleur. “Dit zijn albums waarmee ik vooruitgang kon boeken in mijn praktijk”.
In 2009 richtte ze samen met Delphine Rieu en Angélique Césano de ‘Association des coloristes de BD’ op om de status van coloristen te vestigen en te beschermen.
Uit een interview met Isabelle Merlet; ‘Virtuose de la couleur’ (Fasséry Kamissoko 25 avril 2022):
Hoe ben je strip-inkleuder geworden?
Isabelle Merlet: Mijn eerste ervaring was toen Jean-Denis Pendanx, een striptekenaar met wie ik toen samenwoonde, me vroeg om hem te helpen met het inkleuren van een paar pagina's van zijn eerste boek (Diavolo le solennel). Ik ontdekte een compleet nieuwe wereld, want als kind en tiener las ik eigenlijk geen strips. Ze spraken me niet aan. Ik was meer geïnteresseerd in schilderen. In die tijd brachten auteurs hun originele tekeningen naar de uitgeverij. Door deze heen-en-weer reizen met Jean-Denis Pendanx ontmoette ik andere striptekenaars die me vroegen om hun albums in te kleuren. Dus ik leerde het echt in de praktijk. In het begin beperkte mijn betrokkenheid zich tot het esthetische aspect; ik probeerde nauwkeurig te zijn. Gaandeweg begreep ik wat ik kon bijdragen aan het verhaal, en niet alleen aan de tekeningen. Nu probeer ik zo min mogelijk in te grijpen, vermijd ik een veelheid aan details (reflecties, diepte, kleurverlopen, wolken) en beperk ik me tot vlakke kleuren en subtiele nuances om een lucht waar nodig een vleugje diepte te geven. De uitdaging met kleur ligt in het toevoegen zonder weg te laten, in het behouden van de balans van de lijn, in het toevoegen van levendigheid aan het verhaal, en dit alles met behoud van de kracht van de tekst en de tekeningen.
Met welke materialen werk je?
Isabelle Merlet: Aanvankelijk werkte ik met Colorex-inkten en een beetje gouache voor bepaalde egale vlakken. Tien jaar lang (1990-2000) werkte ik met kleur op ‘Bleus’; zo heette de 'methode'. Dit hield in dat de uitgever de originele platen in het publicatieformaat van het boek op tekenpapier liet drukken. De lijntekening werd in lichtblauw op papier en in zwart op een film gedrukt. Dankzij deze transparantie brachten we de kleur met een penseel aan op het papier en legden we de tekening er vervolgens overheen om te zien hoe het er samen uitzag. Waarom zou je de kleur niet direct op een in zwart afgedrukte tekening aanbrengen, vraag je je misschien af? Als de kleur buiten de lijntekening zou uitlopen, wat bijna onvermijdelijk is, zouden we een deel van de lijn van de tekenaar kwijtraken. Dat is natuurlijk uitgesloten, tenzij je zelf de kunstenaar bent en de tekening kunt bijwerken. Daarom worden de twee elementen (lijntekening en kleur) gescheiden gehouden. Maar dit systeem was duur voor de uitgever, en met de komst van de computer verdween deze methode, waardoor originele kleurenillustraties op papier niet meer bestaan. Tegenwoordig werken we met gescande tekeningen; deze digitalisering gaat van de fotogravure direct naar onze computers. Het inkleuren gebeurt in Photoshop; we sturen onze versies naar de auteurs en de definitieve versie naar de uitgever, die de opmaak verzorgt en naar de drukker stuurt. Alles gebeurt achter een scherm.
De auteurs (Bastien Vivès, Catherine Meurisse, Rupert en Mulot, Taiyō Matsumoto) met wie je samenwerkt, hebben allemaal hun eigen stijl. Ben je nooit bang om je stijl te veranderen door met deze verschillende striptekenaars te werken?
Isabelle Merlet: Nee, want ik hoef geen stijl te hebben. Mijn stijl is er om een werk zo goed mogelijk te dienen door zo "transparant" mogelijk te zijn. Bovendien werkt het heel goed omdat mijn kleuren vaak aan de auteurs zelf worden toegeschreven. Grappen terzijde, het gaat erom om de bedoeling van de auteur te vinden. Daarmee bedoel ik, wat nodig is, waarom dit verhaal belangrijk voor hen is. Ik moet samensmelten met het kunstwerk. Daarom denk ik dat het zo moeilijk is om ons (inkleur)vak te "promoten", omdat het een dienstbare kunst is. Hetzelfde geldt voor een operazangeres, een pianiste, een actrice of een vertaler. Als je te veel persoonlijke intenties hebt, werkt het niet, omdat die verwachtingen botsen met die van de tekenaar, of met die van de auteur als ze niet dezelfde persoon zijn. Je kunt het hele project in gevaar brengen.
Ondanks de bijdrage van kleur aan strips, wordt het beroep van colorist vaak verkeerd begrepen of verkeerd beoordeeld als een ondergeschikte functie. Hoe verklaart u dit?
Isabelle Merlet: Ik kan het niet goed uitleggen, maar er speelt een historische factor mee. In Frans-Belgische strips uit de jaren 50 en 60 werd het inkleuren gedaan in studio's onder leiding van de auteurs. Met andere woorden, er werkten echt mensen in opdracht. De coloristen, meestal vrouwen, hadden misschien wel enige teken- of schildervaardigheden, maar het konden ook de echtgenotes van stripauteurs zijn. Denk bijvoorbeeld aan Hergés vrouw, Fanny of de vrouw van Peyo, Nine of van Macherot , Josette. De auteur uitte zijn behoeften en verlangens, en het inkleuren werd door anderen gedaan. Toen de boeken werden gepubliceerd, stonden de namen van de auteurs op de cover, maar niemand besteedde aandacht aan de coloristen: de kunstenaar "beheerde" het inkleuren; het was impliciet. Misschien vermeldden ze "studio iets", maar niemand werd echt vermeld.
In de jaren zeventig en tachtig begon kleur zich te ontwikkelen bij auteurs die zich niet langer specifiek op kinderen richtten. Deze auteurs creëerden persoonlijker, meer 'volwassen' werk; kleur evolueerde en werd gebruikt om hun grafische wereld te verrijken. We zagen dus minder vlakke kleuren zoals in Kuifje (en ik zeg dit zonder enige disrespect; het kleurwerk in Hergé’s albums is magnifiek).
Tegenwoordig verschijnen er met meer dan 8.000 albums per jaar, waar veelvuldig gebruik van coloristen wordt gemaakt, maar niemand heeft hun status als (co)auteur heroverwogen.
Toen ik begin jaren negentig in dit vakgebied begon, werden er steeds meer albums uitgegeven en hadden auteurs geen tijd om het zelf te doen. Ze kregen geen vast bedrag meer, maar royalty's, waardoor ze minder verdienden, verplicht waren om meer te produceren en ze delegeerden het inkleuren vaker. Eerst aan hun vrouwen (lacht), en later aan professionele coloristen. Deze praktijk nam in de jaren 2000 toe met de komst van computers. Plotseling begon iedereen te kleuren, ook al hadden velen niet voldoende training om de valkuilen van Photoshop-effecten te herkennen. Het was in deze periode dat we veel kleur-horror zagen. Gelukkig werd het daarna rustiger!
Zowel auteurs als uitgevers zijn zich echter meer bewust van het belang van het werk van de inkleurder. Voor sommige uitgevers, kan een colorist geen auteur zijn. Waarom? Het is een raadsel. Omdat de colorist samenwerkt met de tekenaar, moet het oude idee van de assistent, waarbij de auteur verantwoordelijk is voor het eindresultaat, behouden blijven. Persoonlijk zeg ik graag dat kleuren een samenwerking is die vergelijkbaar is met die van een scenarioschrijver met zijn illustrator, of die van een regisseur met zijn acteur; er is geen verschil, geen niveauverschil.
Het is een co-creatie. Hoe dan ook, de colorist moet interpreteren, richting geven, keuzes maken – dingen die vergelijkbaar zijn met het werk van een vertaler of een muzikant die muziek interpreteert die hij niet zelf heeft gecomponeerd. Wanneer het album verschijnt zie je de naam van de auteur, de tekenaar, de naam van de uitgever, maar zelden die van de colorist. Het is systematisch! Het komt bij niemand op om ze te noemen. Toch speelt kleur een belangrijke rol in de perceptie van een werk. Tegenwoordig is er maar één uitgever (Guy Delcourt) die, sinds de oprichting van zijn uitgeverij, 1% van de royalty's aan coloristen heeft betaald en hen op de cover heeft vermeld.
Ik zou graag willen dat het Internationaal Stripmuseum van Angoulême dit onderwerp oppakt, het werk van coloristen promoot en het publiek voorlicht over deze praktijk.
Een laatste woord over de bijdrage van coloristen aan strips?
Isabelle Merlet: Kleur, of het nu door een colorist of de kunstenaar zelf wordt aangebracht, kan een subtiele of zeer krachtige extra dimensie aan een verhaal geven; het is een trillingsveld, zowel zichtbaar als onzichtbaar. Twee dingen bewegen samen tijdens het lezen. Onze geest, die informatie, beelden en woorden interpreteert en een lineair verhaal volgt, en onze gevoelens, voorbij het intellect, die een sfeer, een geluid, een licht waarnemen en ondergedompeld worden in bekende of onbekende sensaties. Zelf was ik diep geraakt door de kleuren in Max Cabanes' Colin-Maillard (Blindmannetje), een album over zijn jeugdherinneringen. Zijn aquarellen dompelen ons onder in geuren, hitte, transpiratie, dorst, verlangen, frustratie, de nacht... Zoveel dingen die moeilijk over te brengen zijn met een zwarte lijn op een witte achtergrond.
Albums gekleurd door Isabelle Merlet:
(Lijst in niet compleet)
Chroniques de la Lune Noire Scénario: Froideval Dessin: Olivier Ledroit, 1991, 2012 NED: Kronieken van de zwarte maan, Aboris 1995, 2025
Labyrinthes (Le Tendre/Dieter/Pendanx) 1993, 1996 NED: Labyrinten, Farao, Talent 1997, 2001
Chant des Stryges (Le) 1997, 2000 NED: De Zang van de Vampiers, Farao 1999, 2019
La Marie en plastique, deux tomes, Pascal Rabaté (scénario), David Prudhomme (dessin), 2006-2007
Le Rêve de Jérusalem 2008, NED: De droom van Jeruzalem Dupuis 2008
Big Foot, Nicolas Dumontheuil 2007, 2008 NED: Big Foot, De Bezige Bij, Oog & Blik 2011
Le Landais volant, Nicolas Dumontheuil 2009, 2015
Belleville Story 2010, 2011 NED: Belleville Story, Lauwert 2025
Magus 2009 NED: Saga 2013
Svoboda! 2011,2012 NED: Daedalus 2012
Les aventures prodigieuses de Tartarin de Tarascon, naar Alphonse Daudet, Tekenaar Jean-Jacques Rouger 2009
La Grande Odalisque, Ruppert et Mulot, Bastien Vivès, 2012
La Grande Odalisque 2012, 2015 NED: De grote odalisk, Olympia, Vrije vlucht 2013, 2015
Voleurs de Carthage (dessins Tanquerelle) 2013, 2014
Lune l'envers, Blutch, 2014
Tuniques Bleues (Les), Blutch 2016
Liaisons Dangereuses - Préliminaires 2017 NED: Dangerous Liaisons - hoe het begon, Ballon 2018
Opération Copperhead, Jean Harambat, 2017
Les Grands Espaces, Catherine Meurisse, 2018
Intégrale Les Chats du Louvre, Taiyō Matsumoto, 2018
Charlotte Impératrice, Fabien Nury (scénario), Matthieu Bonhomme (dessin), 2018 NED: Keizerin Charlotte, Blloan 2019
Saint Rose - À la recherche du dessin ultime, Hugues Micol, Futuropolis, 2019
Le Loup, scénario et dessin de Jean-Marc Rochette, Casterman, 2019 NED: De Wolf, Casterman 2020
Atom Agency 2020 NED: Atom Agency, Kleine Kever, Dupuis 2021
La Jeune Femme et la Mer, Catherine Meurisse, 2021
Le Ministre et La Joconde, Franck Bourgeron, Hervé Bourhis (scénario) - Hervé Tanquerelle (dessin), Casterman, 2022
GunMen of the West, 2023
Alfabetische lijst
Art du chevalement (L') 2013
Atom Agency 2020
Belleville Story 2010, 2011
Big Foot 2007, 2008
Blake et Mortimer (Les Aventures de) 2020
C.R.A.S.H 2016
Cairn - Le miroir des eaux 1994, 1995
Chant des Stryges (Le) 1997, 2000
Charlotte Impératrice 2018
Chroniques de la Lune Noire 1991, 2012
Cinéramdam 2021
Clients d'Avrenos (Les) 2025
Croix de Cazenac (La), 1999, 2000
Diavolo le solennel 1991
Dinosaur Bop 1993
Enfant de salaud 2025
Fils de l'Ursari (Le) 2019
Grande Odalisque (La) 2012, 2015
Grands espaces (Les) 2018
Groenland Vertigo 2017
Guerre des Boutons (La) (Soleilhac) 2011
GunMen of the West, 2023
Hermiston 2011
Jeune femme et la mer (La) 2021
Labyrinthes (Le Tendre/Dieter/Pendanx) 1993, 1996
Landais volant (Le) 2009, 2015
Liaisons Dangereuses - Préliminaires 2017
Lionne (La) (Hess/Mattiussi) 2012, 2013
Loup (Le) 2019
Lune l'envers 2014
Lutins (Les) 1996, 1997
Magus 2009
Marie en plastique (La) 2007
Maître Rouge (Le) 2006
Ministre & la Joconde (Le) 2022
Moon (Pomès) 2022
Oliver Twist (Dauvillier/Deloye) 2007, 2011
Opération Copperhead 2017
Paci 2014, 2015
Parisiens (Les) 2006
Petit rien tout neuf avec un ventre jaune (Le) 2009
Plumes (Les) 2010, 2012
Reich (Das) 1997
République d'après l'œuvre de Platon (La) 202
Rêve de Jérusalem (Le) 2008
Saint Rose - A la recherche du dessin ultime 2019
Survivre chez soi 2021
Svoboda! 2011,2012
Tartarin de Tarascon (Les aventures prodigieuses de) 2009, 2010
Technique du périnée (La) 2014
Terre verte (La) 2025
Tif et Tondu, L'Antiquaire Sauvage (Roman ) Blutch Scénario: Robber, 2020
Tuniques Bleues (Les) 2016
Un autre Toulon 2024
Un enterrement de vie de jeune fille 2008
Une vie: Winston Smith (1903-1984), la biographie retrouvée 2015, 2019
Voleurs de Carthage (dessins Tanquerelle) 2013, 2014
Voyages de Takuan (Les) 1995, 1996
Wendigo1998
Île au poulailler (L') 2009, 2010
Blake en Mortimer (Diverse) 2020
Lobo (O) 2024
X-Factor Vol.1 (1986) 1993
Andere samenwerkingen
Chroniques de la Lune Noire 1991,2006 (Lettrage)
Ironwolf 1993 (Lettrage)
Le Transperceneige 2019 (Couverture)




























































