Jos Van Rooy was een Belgische auteur wiens literaire werken vooral in het teken stonden van historische thema's en de streekromantiek. Zijn bekendste werk is de roman "De profeet der verdwazing" (1943), een boek dat de Jos Philippen-prijs voor Vlaamse letterkunde won en door zijn verhalende kracht en historische diepgang een belangrijke plaats in de Vlaamse literatuur veroverde.
Van Rooy volgde onderwijs bij de jezuïeten van het Sint-Jozefscollege in Turnhout. Hij behaalde zijn diploma als letterkundig regent aan de Pius X-normaalschool en begon zijn loopbaan als leraar aan het Sint-Michielscollege in Brasschaat. Daar gaf hij zowel lager als later middelbaar onderwijs, wat zijn sterke band met cultuur en taal nog verder versterkte.
Zijn literaire carrière startte in 1938 met de publicatie van twee dichtbundels, "De schone tocht" en "Stemmen uit de stilte". Deze bundels waren doordrenkt van liefdeslyriek en werden gepubliceerd door uitgeverij Lannoo. Zijn eerste roman "Grond" verscheen in 1941 in het weekblad "De Zweep" en werd later in boekvorm uitgegeven door Ignis. Hierin waren reeds thema’s te vinden die richtinggevend zouden zijn voor zijn latere werken, zoals de relatie tussen vader en zoon en de traditionele Vlaamse landbouwcultuur.
Van Rooy’s werk omvat talrijke romans die spelen in historische of landelijke Vlaamse contexten.
Naast zijn romans realiseerde Van Rooy samen met kunstenaar André Gailliaerde de kunstboeken "Onze torens getuigen" (1970) en "Mijn stenen hart" (1971), waarin hij een eerbetoon brengt aan Vlaamse torens en kerken, symbolen van cultuur en erfgoed. Hij zette zich bovendien in voor de Vlaamse kunsten als Antwerps provinciaal secretaris en later als provinciaal voorzitter bij het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond.
Jos Van Rooy overleed op 70-jarige leeftijd. Zijn werk blijft een belangrijk onderdeel van het Vlaamse culturele erfgoed, waarin hij met zijn romans en kunstboeken een levendig beeld van de Vlaamse geschiedenis, cultuur en ziel heeft nagelaten.










