Het hoofdpersonage is gebaseerd op de historische figuur: Eugène-François Vidocq, geboren op 24 juli 1775 in Arras en overleden op 11 mei 1857 in Parijs. Hij was een Franse avonturier, achtereenvolgens delinquent en veroordeelde. Hij wist te ontsnappen uit de gevangenis, werd informant en later hoofd van de onofficiële "veiligheidsbrigade" van het hoofdbureau van politie in Parijs en richtte vervolgens een privé-detectivebureau op. Hij wordt wel gezien als de ‘vader’ van de moderne criminologie.
Geboren in een burgerlijk gezin, als zoon van een welvarende bakker, leidde hij een turbulente jeugd gekenmerkt door daden van rebellie en criminaliteit. Hij ontsnapte meerdere malen spectaculair uit de gevangenis, wat hem het respect van zowel de misdadigers als de autoriteiten opleverde. In 1809, tijdens het bewind van Napoléon (1804-1815), terwijl hij weer gevangen zat voor één van zijn misdaden, besloot hij zichzelf te verlossen door zijn diensten aan te bieden aan de politie. Hij stelt voor om in de criminele wereld te infiltreren om informatie te verkrijgen en zo een waardevolle tipgever voor de autoriteiten te worden. In 1811 werd hij benoemd tot hoofd van de Sûreté, een geheime politiebrigade die hij omvormde tot een formidabele misdaadbestrijdingsmacht. Hij is verantwoordelijk voor de arrestatie van honderden criminelen en het ontmantelen van netwerken van dieven en vervalsers die de hoofdstad teisteren. Ondanks zijn successen bleef zijn positie precair, en in 1827 werd hij gedwongen af te treden, het slachtoffer van interne rivaliteit en het wantrouwen van hoge functionarissen.
Na zijn ontslag vond hij zichzelf opnieuw uit door in 1833 het allereerste privé-detectivebureau op te richten, het « Bureau des Renseignements ». Hij bleef geavanceerde methoden gebruiken, zoals ballistische analyse en vingerafdrukken, lang voordat deze technieken door de politie werden geformaliseerd. Zijn zaken zijn echter niet onomstreden, en hij wordt er regelmatig van beschuldigd buiten de wet te handelen of bewijsmateriaal te manipuleren om zijn doeleinden te bereiken.
De historische Vidocq is een complex personage, omgeven door een aura van mysterie en controverse. Hij was verschillende keren getrouwd, maar zijn persoonlijke leven werd gekenmerkt door tumultueuze relaties en schandalen. Zijn carrière inspireerde veel schrijvers uit die tijd, waaronder Victor Hugo, Honoré de Balzac en Alexandre Dumas, die in hem een figuur zagen die zowel fascinerend als verontrustend was, heen en weer geslingerd tussen genialiteit en dubbelhartigheid.
De memoires van Vidocq, hoofd van de politie van Sûreté, verschenen in 1828 (4 delen, 1828-1829)
Deze memoires zijn het die de legende van het personage creëerde. Ze zijn niet geheel autobiografisch. Men is het erover eens dat verschillende “ghostwriters” (waarschijnlijk Louis-François L'Heir de l'Ain en Émile Morice) een groot deel van het werk schreven en bewerkten, gebaseerd op de aantekeningen van Vidocq. Onder de Restauratie (1815-1830, de terugkeer van het Koningshuis) was het gebruikelijk om teksten te ‘herzien”.
Hans G. Kresse dankt zijn reputatie vooral aan zijn epos Eric de Noorman, een traditionele strip met tekst onder de plaatjes. De ballonstrip Vidocq verscheen vanaf 1965 in PEP.
Maar ook daarvoor publiceerde Kresse in PEP, hij maakt voorplaten, illustreert tekstverhalen, tekent de laatste twee afleveringen van Spin & Marty (1964) en een groot aantal Zorro-verhalen (1964-1965) op scenario's van de Walt Disney studios. Zijn eerste 'eigen' ballonstrip is Vidocq, over een politiespeurder Eugène François Vidocq (1775 - 1857) uit de Napoleontische tijd.
In 1828 verschenen de ‘Mémoires de Vidocq, chef de la police de Sûreté, jusqu'en 1827’: vier delen, totaal zo'n 1200 pagina's. In 1828 verscheen nog ‘Les Voleurs’, een soort psychologische verhandeling over misdadigers, waaronder Vidocq, de meesterspeurder, die veel misdadigers pakt door zich onherkenbaar te vermommen, bij zijn leven al een legende.
Kresse zou zich voor de documentatie baseren op ‘Napoleon, historie en legende’ van prof. Jacob Presser uit 1950, maar dat kan alleen de achtergronden van de Napoleontische tijd betreffen, Vidocq zelf komt in dit boek niet voor.
Vidocq is het archetype van de moderne detective. Het eerste echte detective verhaal is van Edgar Allan Poe (1809 - 1849): The murders in the rue Morgue (1841) en is al gebaseerd op Vidocq. De held Auguste Dupin vertoont duidelijke Vidocq-trekjes terwijl de Parijse setting en de oplossing door deductie de hand van de Parijse speurder verraden. Veel 19e eeuwse schrijvers, waaronder Balzac (met Vautrin) en Victor Hugo (met Jean Valjean) laten zich inspireren door Vidocq. Ook daarna spreekt Vidocq tot de verbeelding, in 1967 en 1973 lopen op de Franse tv twee series over zijn leven (de eerste wordt ook door de NCRV vanaf 1967 uitgezonden) terwijl in 1999 een speelfilm over Vidocq uitkomt met Gerard Depardieu in hoofdrol.
Kresse is niet de enige die Vidocq tekende. Er zijn nog andere versies; in de jaren ’60 tekende Chénet een krantenstrip over Vidocq en in die periode werd ook een strip gemaakt voor een tv-gids (van Galland) terwijl Casterman in 1993 nog een album met Vidocq-verhalen uitbrengt..
In de PEP verschenen eerst, losse, korte verhalen, meestal 4 pagina's en later vervolgverhalen. Deze vervolgverhalen dateren vooral uit de laatste periode. Het zijn losse verhalen die elkaar opvolgen en vormen in veel gevallen één verhaal zoals; 't Verdwenen Kamermeisje, De valse Gravin, De wraak van de Kat en De Kat slaat toe uit 1966. De langste episodes zijn De Zwarte Dame en Lady Melrose uit 1969-1970.
Hans G. Kresse tekende en schreef in totaal 36, meestel korte, verhalen voor het weekblad Pep van 1965 tot 1987:
V1: De ontsnapping (5 pagina’s) (Pep 45 - 1965)
ALBUM: de avonturen van Vidocq en ALBUM: (Oberon 1977): De ontsnapping (8 pagina’s)
V2: Vidocq op vrije voeten (4 pagina’s) (Pep 49 - 1965)
V3: Zijn eerste arrestatie (4 pagina’s) (Pep 51 - 1965)
V4: Kerstbrood voor een bedelaar (4 pagina’s) (Pep 52 - 1965)
V5: De aanslag ((4 pagina’s) Pep 3 - 1966) + voorplaat “Vidocq pag 18”
V6: De afperser (4 pagina’s) (Pep 5 - 1966)
V7: De bevrijder (4 pagina’s) (Pep 9 - 1966)
V8: Het zwaard van de dief (4 pagina’s) (Pep 10 - 1966)
V9: De ontvoering (4 pagina’s) (Pep 11 - 1966) + voorplaat ‘Vidocq in het nauw pag. 18’
V10: De geheime bergplaats (4 pagina’s) (Pep 13 - 1966)
Vidocq: Pa, niet schieten...! (geïllustreerd verhaal met tekst van Wouter van Elshout) (Pep 17 - 1966)
V11: De Arabier (4 pagina’s) (Pep 18 - 1966)
V12: Onschuldig veroordeeld (5 pagina’s) (Pep 19 - 1966)
Vidocq: De veteraan (geïllustreerd verhaal met tekst van David Walker) (Pep 21 - 1966)
V13: De Moker (4 pagina’s) (Pep 29 - 1966) (NIET IN ALBUM Vidocq Verzamelde stripverhalen)
V14: De ratten van Parijs (4 pagina’s) (Pep 31 - 1966) + voorplaat “Vidocq”
V15: ’t Verdwenen kamermeisje (4 pagina’s) (Pep 34 - 1966)
V16: De valse gravin (4 pagina’s) (Pep 35 - 1966)
V17: De wraak van de Kat (4 pagina’s) (Pep 36 - 1966)
V18: De Kat slaat toe (4 pagina’s) (Pep 49 - 1966)
V19: Het kerstkonijn (4 pagina’s) (Pep 52 - 1966) + voorplaat ‘Het kerstfeest van Coco PAG. 18’ + Kerstkaart Vidocq op middenplaat (NIET IN ALBUM Vidocq Verzamelde stripverhalen)
V20: Het einde van de Kat (4 pagina’s) (Pep 4 - 1967)
V21: Het Collier (4 pagina’s) (Pep 8 - 1967)
V22: Kattenspel (4 pagina’s) (Pep 13 - 1967)
V23: De terreurbende (26 pagina’s) (Pep 40 t/m 48 - 1967) (Pep 40 - 1967) + voorplaat ‘Vidocq’
V24: Nieuwe avonturen van Vidocq (4 pagina’s) (Pep 1 - 1968)
In ALBUM de avonturen van Vidocq (Oberon 1977) onder de titel: De ontsnapping (4 pagina’s) Hoofdstuk 14
V25: Een fles rosé (4 pagina’s) (Pep 2 - 1968) + voorplaat ‘Vidocq’
V26: Corsicaanse Bibi (4 pagina’s) (Pep 30 - 1968)
V27: De koning van de onderwereld (12 pagina’s) (Pep 36 t/m 38- 1968) + voorplaat ‘Vidocq’
V28: De haat van de ‘Doder’ (4 pagina’s) (Pep 39 - 1968)
V29: Het monster der hebzucht (4 pagina’s) (Pep 40 - 1968)
V30: In het web der misdaad (8 pagina’s) (Pep 42 t/m 44- 1968)
(Laatste verhaal in ALBUM: Vidocq Verzamelde stripverhalen)
V31: De Zwarte Dame (16 pagina’s) (Pep 48 - 1969) + voorplaat ‘VIDOCQ en de ZWARTE DAME'
V32: De schuldeiser (4 pagina’s) (Pep 52 - 1969)
V33: Lady Melrose (16 pagina’s) (Pep 23 t/m 30- 1970) + voorplaat ‘Vidocq’ (beeldsamenstelling)
V34: Tussen twee vuren (10 pagina’s) (Eppo Wordt Vervolgd 7 - 1986)
V35: De dief (14 pagina’s) (Eppo Wordt Vervolgd 19 - 1986)
V36: De gedoemden (20 pagina’s) (Eppo Wordt Vervolgd 49 - 1987)
Puzzelen met Vidocq (Pep 37 en 50 - 1970?
Vidocq op poster op omslag (Pep 40 - 1972 t/m 8 - 1973)
Album uitgaven:
Vidocq Verzamelde stripverhalen (De Geïllustreerde Pers 1970) Z/W. Bevat 28 verhalen, 152 pagina’s: V1 t/m V12, V14 t/m V18, V20 t/m V30.
De avonturen van Vidocq (Oberon 1977) Z/W. Bevat 18 verhalen, 131 pagina’s: V1 t/m V3, V11, V12, V15 t/m V18, V20 t/m V25, V30, V31 en V33.
De ratten van Parijs (Oberon 1980) Z/W. Bevat 15 verhalen: V4 t/m V10, V13 + V14, V19, V26 t/m V29 en V32.
De gedoemden (Sjors Uitgaven 1990) Z/W: V34 ’Tussen twee vuren’ (10 pagina’s), V35 ‘De dief’ (14 pagina’s) en V36 ’De gedoemden’ (20 pagina’s).
Vidocq - de eerste detective (Boumaar 1995) Bevat 13 verhalen in KLEUR: V1 t/m V13.

















