Tot de hazen (eigenlijk haasachtigen) behoren alle soorten van de orde Lagomorpha. Dat zijn de hazen, de konijnen en de pika's. Pika's zijn vrij kleine konijnachtige zoogdieren met korte oren. Ze leven vooral in bergachtige gebieden in Azië en Noord-Amerika. Hazen lijken op konijnen. Samen vormen ze de familie Leporidae (Hazen en konijnen). De jongen van hazen worden niet onder de grond geboren. Ze zijn behaard en hebben hun ogen open. Konijnen worden onder de grond geboren. Ze zijn kaal en ‘blind’. Konijnen leven meer onder de grond en graven holen. Hazen verstoppen zich overdag in een kuiltje in de dichte vegetatie. Bij verstoring stuiven hazen ervandoor. Het zijn langeafstandsrenners, in tegenstelling tot konijnen die snel naar hun holen sprinten. Verder hebben hazen een andere schedel en meer chromosomen dan konijnen.
Alleen soorten uit het geslacht Lepus zijn hazen. De geslachten Sylvilagus, Brachylagus, Caprolagus, Oryctolagus, Bunolagus en Pentalagus kunnen wetenschappelijk gezien als konijnen worden beschouwd. Ook buiten het geslacht Lepus zijn er enkele soorten die in het Nederlands haas worden genoemd. In het Engels worden deze soms weer rabbit genoemd, en andersom is ook het geval. Er is in de verschillende spreektalen dus veel onduidelijkheid of iets een haas of konijn genoemd wordt. Hazen komen vooral voor in Afrika, Azië, Noord-Amerika en Europa. In Nederland en België komt de Europese haas voor, die een ruime verspreiding heeft over geheel Europa tot ver in Azië. De soort is ook uitgezet in Australië (net als het konijn) en Argentinië. In Europa komt ook de sneeuwhaas voor. Die heeft een meer noordelijke verspreiding, maar komt ook in de bergen voor. Van oudsher wordt er veel op hazen en konijnen gejaagd. Jacht is waarschijnlijk ook een oorzaak van het uitsterven van Prolagus sardus, een soort pika die op en rond Sardinië en Corsica voorkwam en zo'n 2000 jaar geleden is uitgestorven.



























































